Shona, het bevallingsverhaal
Zo, weer even tijd om achter de pc te zitten. We hebben namelijk een grote verandering in onze gezinssamenstelling ondergaan! Sinds 31 december 2004 hebben we er een dochter bij! Shona is de naam die we haar hebben gegeven. Het wachten was op de geboorte van ons tweede kindje. En ze liet ons wachten hoor!
. Ik dacht dat ze wel voor de Kerst zou komen, ook omdat haar broertje zich twee weken voor de uitgerekende datum aandiende én ik het gevoel had dat ze al aardig ingedaald was.
Vliezen gebroken?
Op 24 december dacht ik dat mijn vliezen waren gebroken, maar het was niet zoals bij Eloy het geval was. Bij hem verloor ik namelijk in één keer een flinke plens vruchtwater, maar nu leken er kleine druppeltjes te lekken. Misschien was het toch een combinatie van de stressincontinentie en mijn hevige hoestbuien, want ik had ook nog eens een flinke verkoudheid onder de leden. Maar goed, bij twijfel konden we altijd contact opnemen met de verloskamers en dat deed ik dan ook. Het resultaat: We mochten langskomen voor onderzoek. Eenmaal in het MCA werd ik eerst voor een half uur aangesloten op het CTG apparaat en moest ik een verbandje met plastic om zodat er wat vocht opgevangen kon worden voor onderzoek. Afijn, een paar uur later keerden we weer huiswaarts, want van het opgevangen vocht konden ze niet vaststellen of het inderdaad om vruchtwater ging en op de CTG was nog geen echte weeënactiviteit te zien. De gynaecoloog zei wel dat ik mijn slijmprop aan het verliezen was, maar dat hoefde nog niet te betekenen dat ik binnen een paar uur zou bevallen.
Kerst
Kerst kwam en ging ook voorbij zonder bijzonderheden. Af en toen verloor ik wat slijm, maar verder was mijn buik erg rustig (op een paar trappeltjes na natuurlijk
). Mijn schoonmoeder was bij ons en we hebben het gezellig gemaakt met z’n viertjes. Oma Ans heeft Eloy ontzettend veel aandacht gegeven door met hem te puzzelen, puzzelen en nog eens te puzzelen
. We vonden het wel fijn dat ze er was, want mochten we onverhoopt toch naar het ziekenhuis moeten, hoefden we Eloy niet elders onder te brengen. Voor hem was het wel prettig dat hij lekker thuis kon blijven.
Ook derde kerstdag bleef het rustig in mijn buik, tot de nacht haar intrede deed…
Vliezen gebroken deel II
Omdat ik een verkoudheid onder de leden had en door de hoestbuien mijn plas niet goed kon ophouden, had ik voor de zekerheid een verbandje om. Toen ik ‘s nachts naar de wc ging vond ik dat het opgevangen vocht een licht roze kleur had, maar meer kon ik er ook niet van maken. Ondertussen had ik ook wat last van iets wat op weeën leek, maar echt pijnlijk waren ze niet. Ze kwamen om de 10-15 minuten. Ik kon even niet slapen van de toegenomen opwinding (Zou het nu dan echt gaan doorzetten?). Beneden maakte ik een warme mok met anijsmelk en de pot om het vruchtwater op te vangen hield ik dicht bij me. Maar na 1,5 uur rondgelopen te hebben had ik nog geen druppel op kunnen vangen. Best frustrerend!
. Ik besloot om een poging te doen om te gaan slapen. Toen Roy opstond om naar zijn werk te gaan zei ik tegen hem dat ik het gevoel had dat mijn vliezen nu echt waren gebroken en ik ook wat weeënactiviteit voelde. Rond half zeven besloot ik om toch weer contact op te nemen met de verloskamers. We mochten komen. Vlak voor we weggingen lukte het me om eindelijk wat vocht op te vangen en voor zover ik het kon beoordelen met mijn beknopte kennis
, leek dit toch echt op vruchtwater. Op weg naar het ziekenhuis voelde ik nog steeds wat weeën, maar ook deze keer waren ze niet echt pijnlijk. Maar, zoals je altijd zal zien… In het ziekenhuis, aangesloten op het CTG-apparaat, stopten ze gewoon weer… Het opgevangen vocht was in ieder geval wel vruchtwater, dus dat betekende dat mijn vliezen inderdaad waren gebroken. “Joepie” dacht ik, nu zou het echte werk gaan beginnen! Maargoed, we werden weer naar huis gestuurd omdat de weeën nog niet regelmatig kwamen en ook niet krachtig genoeg waren. We moesten vanaf nu wel elke dag terugkomen in het ziekenhuis om een CTG-filmpje te laten maken.
Afwachten
We waren nog niet eens bij de auto, we liepen nog in het ziekenhuis, toen ik alweer wat activiteit voelde in mijn buik. Eenmaal thuis ging dit door, maar erg onregelmatig en nog steeds niet pijnlijk. Op een gegeven moment stopte het ook gewoon. Tot ik ging slapen. Ik lag nog geen uur in bed, toen ik ze weer voelde opkomen. Met mijn oog op de wekker gericht hield ik bij hoeveel tijd tussen de weeën zat. Ze hielden zo’n 15-20 seconden aan, dus echte ontsluitingsweeën waren het ook niet (althans, als ik de folder van het ziekenhuis moet geloven
). Tussendoor dommelde ik wel weg, maar ik werd ook regelmatig wakker als er een hele gemene tussen zat. De minimaal tussenliggende tijd bedroeg zeven minuten. ‘s Ochtends hielden de weeën weer op. Frustrerend weer…
De nachten van maandag op dinsdag en dinsdag op woensdag heb ik nauwelijks geslapen. Ik zuchtte af en toe een wee weg en hoopte dat ik Roy door mijn gezucht, of anders mijn gehoest, niet uit zijn slaap hield. Gelukkig was dit niet het geval. De CTGs die elke dag gemaakt werden waren allemaal goed en we konden daarna meestal snel weer naar huis. We zeiden ook elke keer: “Wie weet tot later deze dag.” Het beleid was dat ze maximaal drie dagen zouden wachten of de bevalling spontaan op gang zou komen. Mocht dit niet het geval zijn, dan zouden ze mij op vrijdag gaan inleiden.
Donderdag hadden we op de poli een afspraak voor een CTG en daarna nog een kort gesprek met de gynaecoloog die deze CTG zou beoordelen. Ik had me intussen al helemaal ingesteld op het inleiden, totdat…
Toch nog een spontane bevalling!
De nacht van woensdag op donderdag heb ik als een os geslapen. Ik ben misschien twee keer heel even wakker geweest, maar de rest van de nacht heb ik diep en heerlijk geslapen. ‘s Ochtends had ik dan ook echt het gevoel dat ik uitgerust was. “Zou dit de welbekende stilte voor de storm zijn?” dacht ik ook nog. Ja dus!
Donderdagavond ging ik op tijd naar bed, want ik zou immers vrijdag worden ingeleid en daarvoor moesten we al om kwart over zeven in het ziekenhuis zijn. Dat betekende dat we vroeg moesten opstaan!
Ik had net een paar uur geslapen toen ik rond twaalf uur wakker werd van de weeën. Ik hield mijn wekker in de gaten en ze kwamen al redelijk snel naar elkaar en hielden ook langer aan. Gelukkig kon ik ze goed opvangen met wegzuchten, maar helaas kon ik er niet van slapen
. In het ziekenhuis hadden ze gezegd dat we in dat geval mochten komen, zodat ze me wat konden geven om te slapen. Ik moest immers mijn krachten sparen voor de bevalling. Na ruim een uur (Roy was inmiddels ook boven) zei ik regen Roy dat de weeën redelijk snel kwamen en toch ook wel pijnlijk werden. Hij belde naar de verloskamers en we mochten komen. Voordat we weggingen, waarschuwden we mijn schoonmoeder dat het nu toch echt begonnen was
. In de auto werden de weeën heviger en de hele autorit vond ik geen pleziertje! Gelukkig was het erg rustig op de weg.
We moesten ons melden bij de Spoedeisende Hulp en daar zouden we opgehaald worden door iemand van de verloskamers. De portier zei nog: “Neem maar even plaats in de wachtkamer.” “Mooi niet, ik blijf hier tegen de muur staan!” dacht ik. Bij de verloskamers aangekomen werd ik eerst voor een half uur aangesloten op het CTG apparaat. Geen pretje, want ik kon geen kant op. Na ruim een half uur mochten die banden eraf en kon ik of op mijn zij liggen of op mijn rug. Op dat moment wist ik niet hoef ik wilde gaan liggen, zitten of staan. Ik wist alleen dat ik wilde slapen. De verpleegkundige kwam af en toe kijken en zei dat de dienstdoende arts zo zou langskomen om te kijken hoeveel ontsluiting ik had. Maar het duurde en duurde maar in mijn beleving. Op een gegeven moment wilde ik douchen en dat mocht gelukkig. Ik had verwacht dat ik onder de douche wat meer kon ontspannen, maar de weeën werden alleen maar heviger en op een gegeven moment kreeg ik zelfs persdrang! Roy steunde me door dik en dun en smeekte me bijna of ik ze tegen wilde houden
. Ik zei: “Er moet nu iemand komen!” Dezelfde verpleegkundige stak haar hoofd om de hoek en ik zei dat ik persdrang had. “Nou, hup naar verloskamer nummer zes dan!” zei ze resoluut. Daar werd ik weer aangesloten op het CTG-apparaat. En ja, de arts zou zo komen. Later bleek dat de dienstdoende gynaecoloog acht (!) bevallingen had.
Toen ze bij ons kwam en voelde hoeveel ontsluiting ik had, hoopte ik dat ze niet zou zeggen: “Je hebt pas vier centimeter.” Gelukkig zei ze: “Nou meid, je bent er bijna, je hoeft nog maar een klein randje!” Ik was zo ongelooflijk blij dat ze dit zei, ik had niet geweten hoe ik het anders vol had moeten houden. Ondertussen had ik Roy zijn armen al helemaal fijn geknepen bij de hevige weeën die me overvielen. De schat heeft me ontzettend goed gecoacht. Inmiddels had ik ook echt persdrang, ik had geen controle meer op wat mijn lichaam met mij deed, het ging gewoon vanzelf. Heel bijzonder! Rond tien voor zes zei de arts dat ik mee mocht persen bij de volgende wee. Nou ik heb nog nooit zo hard geperst. Ze zeggen dat je niet op je hoofd moet persen, maar vanaf je middenrif naar beneden. Nou zo makkelijk is dat niet heb ik ondervonden! Bij tweede en derde perswee zag ik in de spiegel die voor me stond het hoofd te voorschijn komen. Het is extra motiverend en heel bijzonder om te zien dat er ook echt beweging in zit bij elke perswee. Bij de derde perswee werd er steeds meer zichtbaar van het bolletje, maar net voor de volgende wee kwam floepte het bolletje terug
. Bij de vierde perswee, perste ik uit volle kracht mee en opeens zei de arts: “Even zuchten.” Ik zag de schaar in haar hand en dacht: “O nee, geen knip!” Ik was nog niet eens klaar met denken of ze had de knip al gezet en onmiddellijk daarna was ons meisje geboren. Dat heerlijk warme lichaampje werd op mijn buik gelegd en een golf van intens geluk overspoelde mij. Het was acht minuten over zes en Shona was geboren!
Comments are closed.